Rijdend langs een typisch grauwe Vlaamse steenweg zou je haast niet geloven dat er op een boogscheut hier vandaan een prachtige plek schuil gaat. Met de Drakentuin schenken Jan en Elke het Vlaams-Brabantse Tienen waarschijnlijk de mooiste voedselbostuin uit de omgeving en tegelijk ook zo'n 200 salamanders een perfecte habitat. Daarnaast inspireren ze ook iedereen die interesse heeft om zelf praktisch aan de slag te gaan met hun cursusaanbod. Ik schoof bij hen aan tafel onder één van de oude notelaars en werd getrakteerd op lekkers uit eigen tuin.
Na een wereldreis landden Jan en Elke in 2008 in Tienen "op een stuk land waar daarvoor 30 jaar lang niets was gebeurd en dat was overwoekerd met vlier, fijnsparren, brandnetels en bramen." Een cursus permacultuur bij de buren van Yggdrasil zette Elke destijds op het juiste spoor. Aan de andere kant zag Jan - vanuit zijn opleiding bio-ingenieur bosbouw en natuurbeheer - het potentieel in van de toenmalige wildernis. De complementariteit van een "aardemeisje en een bomenjongen", zoals ze het zelf mooi omschrijven.
Met jonge kinderen in de buurt was de Drakentuin oorspronkelijk een plek voor verbinding mét en verwondering voor de natuur. Salamanders tellen en kikkers vangen was een bezigheid waar ook de buurjongens maar al te graag voor afkwamen. Na al die jaren is verbinding het codewoord gebleven. Verbinding met het plaatselijk ecosysteem om dat bewust (of onbewust) terug te herstellen.
Hoewel hun project in de voorbije 13 jaar voortdurend evolueerde, houden ze nog steeds vast aan de oorspronkelijke zonering van het eerste ontwerp. Vanuit observatie worden er wel keuzes gemaakt. "Als er bepaalde bomen niet groeien of afsterven, dan zijn dat nieuwe mogelijkheden," vertelt Jan. De inrichting van de groentetuin is bijvoorbeeld wel al enkele keren aangepast in functie van de beschikbare tijd die ze er in konden steken.
Bij de meerjarige planten maken ze een onderscheid tussen productiebomen/struiken en systeemplanten. Bij die laatste richten ze hun vooral naar de bestuivers met als resultaat dat ze een bloesemboog hebben gecreëerd van abrikoos tot klimop (februari tot november). Dat zorgt voor grote hoeveelheden stuifmeel en een zoemend systeem vol hommels, sluipwespen, metselbijen, enzovoort. De oogstboog van hun fruitstruiken piekt weliswaar begin juli, maar dankzij de verschillende variëteiten is er toch een wekenlange spreiding.
Waarbij Jan en Elke in het begin sterk geïnspireerd waren door de moestuinprincipes van "schijnbare chaos" zoals ze werden beschreven in de boeken van Frank Anrijs, kijken ze voor de verdere uitbouw van hun groentetuin nu ook meer naar de microlandbouw van La ferme Du Bec Hellouin. Daarbij moeten esthetiek en opbrengst zo goed mogelijk hand in hand gaan.
Niet alleen bovengronds moet alles kloppen, ook de ondergrondse samenwerkingen tussen planten (mycorrhiza) zijn volgens hen de "missing link in het bosbeheerverhaal". Het blijft nog steeds een thema dat minder goed werd onderzocht, maar paddenstoelen zorgen voor waterretentie, slaan koolstof op en zijn zowel belangrijk voor meerjarigen als voor de éénjarigen. Van oorsprong kwamen er op het perceel soorten voor zoals de geschubde inktzwam, de reuzenbovist en weidechampignons. Nu wordt er ook op stronken van wilgenstammen gekweekt en tref je er fluweelpootje, oesterzwam, populierleemhoed en de bietenputzwam aan.
"Als je weet dat in Vlaanderen 9% van de oppervlakte tuinen zijn, dan loont het misschien om ons daar op te gaan focussen om ze biodiverser te gaan maken." Vanuit die insteek zijn Jan en Elke in 2022 gestart met een basisopleiding voor mensen die willen beginnen met een eigen voedselbostuin. Permacultuur vormt de rode draad doorheen de cursus, maar er gaat ook ruime aandacht naar de oogst en verwerking. In de toekomst zou die basiscursus uitgebreid worden met enkele masterclasses rond zomersnoei van oude fruitbomen of een composttoilet maken.
Doorheen de jaren zijn ze heel creatief geworden in het verwerken van hun overvloedige oogst. Een jaarvoorraad aan gedroogd fruit, wecken, fermenteren tot zelfs notenolie (laten) maken. Zijn ze dan volledig zelfvoorzienend? "Neen, maar we kunnen wel een heleboel bijzondere smaken produceren die je nooit in de winkel zult vinden. Granen en andere 'koolhydraathoudende' gewassen kan je immers moeilijk in grote hoeveelheden combineren met een voedselbostuin." Misschien is de grootste waarde van de tuin wel smaak, zo besluiten ze zelf.
© 2026 Eten uit het bos