Binnenkomen doe je langs een biodiverse wijngaard waar 2 schimmelresistante druivenrassen (Triomph d'Alsace en Regent) geflankeerd worden door een heleboel geurverwarrende kruiden zoals hissop, currykruid, rozemarijn en salie. In plaats van de standaard metalen constructie/betonnen palen werd er gekozen om de druivelaars langs snoeren aan te binden aan haagbeuk. Het blad van de haagbeuk zorgt bij afbraak voor een goede koolstof/stikstofverhouding in de ietwat zanderige grond in deze zone, het verteert makkelijk. De boom is makkelijk te snoeien op stam waarbij er wordt geknot om de 2 jaar.
Langs de taybessen - zij vormen een knooppunt van schimmelnetwerken - stap je verder in een uitgerekt bosrandsysteem van 100m met tamme kastanjes aan de noordoostkant en notelaars in gildeverband in het noordwesten. Zuidwaards ervan staan kleinere bomen: appelaars "Moest ik terug opnieuw kiezen, dan zou ik gaan voor meer continentale rassen die laat bloesems krijgen", zo is Piet geen voorstander van de primitieve, oude Vlaamse appelrassen. Late vorst in de lente is een terugkerend probleem. Appelbomen kalken helpt ook om het ontluiken van de bloesems met een week uit te stellen.
Wie op termijn veel noten (lees: eiwitten) van zijn land gaat oogsten kan te maken krijgen met een stikstoftekort. Daarom werken ze vaak met gildes waarbij stikstoffixeerders zoals zwarte els, erwtenstruik, olijfwilg naast bijvoorbeeld kastanje komen te staan. Of een walnoot met abrikoos op de zuidkant, duindoorn, groene asperges en 2 soorten vlier. Extra voordeel van die herhalende gildes is het feit dat alles ook mooi overzichtelijk en makkelijker te oogsten is.
Na de eerste aanplant stelden ze vast dat er meer hagen in hun systeem moesten komen. Daarom werden er multifunctionele hagen aangeplant van 2m breed met streekeigen planten die meer ecologische relaties aangaan (bv kardinaalsmuts), speciale rassen en cultivars (bv. geënte lijsterbes) en stikstofbinders. Dat bood direct meer nestgelegenheid voor dieren en vormt een bloesemboog met late en vroege bloeiers zoals klimop en spork. Volgens Hilde een makkelijk voorbeeld dat iedereen in zijn eigen tuin kan toepassen, hoe klein die ook is.